jolyeng021002.jpg
home
contact
video
foto
schrijfsels
tentoonstellingen
vlaggenproject

Schrijfsels

1
2
3

01

 

Een man op het terras. Gedachten wervelen rond zijn hoofd. Ik zie de man en zijn gedachten. Hij ziet ze niet.

Vraag niet waarom ik gedachten kan zien. Het is gewoon zo. Ik zie geen woorden of vormen, het is zeker niet tastbaar. Dikke boeken over aura en andere lichtverschijnselen zijn een illusie. Gedachten strooien een zachte nevel in de luchtstroom, best te zien in de omgeving van de ogen, een botsing van het invallende licht en het antwoord. Inderdaad, het is het lezen van de ogen.

Dat ik naar de man kijk maakt hem wrevelig. Tenslotte kan hij geen gedachten lezen. Even heeft hij een onderzoekende blik, maar dan verglijdt hij in zijn eigen bedelblik naar belangstelling. Zijn verpakking zit verkeerd, wat ouderwets en zonder strikje. Wildere vormgolven zijn merkbaar, de man schiet nu zijn gevoelens weg. Minder gericht, met uitzondering naar die ene dame, maar die is te veel ingenomen met haar vriendin in mannenpak. De man schakelt naar een nieuwe vorm, krachtiger. Die ronddwarrelende spinsels zijn labiele, onzekere schijnbotsingen en vluchten zelfs achter de glazen op andere terrastafels. Eén wipt in een openstaande tas, wat zal die vanavond teweegbrengen? Waar ontsnapt deze gedachte? Anderen zoeken de stad op en richten hun vlucht hogerop, boven de parasols.

Een vogel die ook dit schaduwspel gadeslaat, maakt een jongere vogel attent op deze werveling. Zie, zegt de oudere vogel, dat is pas een systeem voor een vogelverschrikker. Stromannen op het veld halen niets uit. Het gezochte resultaat leeft enkel in het denken van de maker. Och ja, mensen weet je wel. Hier maakt een mens iets wat hij niet kan zien. Ze zien niet wat ze de natuur insturen en ze beseffen ook niet waarom ze elkaar afstoten. Vogels, als wij, laten ons daar soms aan vangen, maar waarom ons laten wegjagen? We hebben een taak en die willen we goed doen.

Nog even zitten beide vogels de man te bestuderen.

Ik glimlach naar de vogel, de oudste vogel geeft me een knipoog.

02

 

Ik ben opnieuw gemonteerd. Een winter lang ik in het berghok, niets te doen. Waar nodig is een bout vervangen of wat opgelapt aan mouw en broek. Ik begin te leven als ik hier rechtop wordt gezet.

Nu ben ik terug op mijn land. Ik zie wel maar één kant, steeds hetzelfde beeld. Al jaren lang breek ik mijn hoofd er over hoe ik mij zou kunnen bewegen. Mijn droom is mij te kunnen omdraaien. Jaren terug is het mij eens gelukt. Hoe weet ik nog altijd niet. Het regende en opeens een enorm lawaai van tussen die populieren, het schuurde langs mijn lijf. Enkele rillingen, even was ik verdwaasd, maar opeens zag ik de andere kant van mijn land. Daardoor weet ik dat ik in het midden sta. Niemand anders staat op mijn land, dus bezit ik dit land. Ik zag die andere kant toen voor de rest van jaar, het blijft een herinnering,

Mijn drager van het berghok, zet me hier elk jaar in de richting van de weg. Soms verandert hij dan nog wat aan mijn kleding of zet me een andere hoed op. Dit jaar heb ik een fiets gekregen. Ik kan er niet op rijden, mijn drager moet nog zorgen dat ik mijn benen kan plooien. Volgend jaar. Hoop ik.

Veel fietsers stoppen en die vogelverschrikkers kunnen wel op de fiets bewegen. Zij zijn schijnbaar hun land ontvlucht en hebben geen drager meer nodig. Velen komen eens in mijn richting met dozen die klikken of een ander lawaai maken. Tot hier komen ze niet, een praatje kan toch? Of mag het niet van de dragers? Ik moet mijn drager toch wat vragen stellen voor hij mij op het einde van dit levensjaar omvertrek.

Ik zou de andere vogelverschrikkers willen spreken over stilstaan en verder rijden. Het zou me interesseren hoe het komt dat zij benen hebben die plooien en zo kunnen fietsen en stappen. De vrijheid om te draaien is voor hen gekend en oefenen dit wanneer ze willen, ongeacht de windrichting. Waarom ik hier blijf staan is mij niet duidelijk. Wie is hun drager, spreken dragers tegen andere dragers?

Eens kwam een klein meisje huilend rond mij lopen. Ze had een lange stok, zeker tweemaal zo groot als die kleine meid, benen inbegrepen. Ze zou mij geslagen hebben. Een oude vogelverschrikker, één zonder fiets, heeft haar weggejaagd en de lange stok gebroken en weggegooid. Ik heb de rest van het jaar op een gebroken stok moeten kijken. Vreemd, ik voelde mee met die stok.

Wat die kleine meid riep blijf me altijd bij : ze riep, neen ze krijste : “Stoute pop, jij jaagt alle vogels weg”. Inderdaad het is jaren geleden dat ik vogels zag. Maar ben ik de oorzaak? Ze noemen mij vogelverschrikker, maar jaag ik vogels weg? De vogels verdwenen kort nadat grote voertuigen met grote banden het lieten regenen, gele regen. Ik was slap en hing weken te flarden in de wind.

04 VRIJDAGAVOND

  

 

Ik plant een stok in mijn tuin

En wacht, verborgen achter het venster.

Ik wacht langer.

 

De lege straat wordt leger.

 

Zal ik de stok versieren met herinneringen?

 

Ik bind een kapstok aan de stok

Deze van mijn beste pak.

Niet met een koord uit het berghok

Ik gebruik mijn lange haren, bewaard

van toen ik jong was.

 

Beelden van toen

hang ik niet in volgorde

maar volgens kleur en geur

Ik knoop ze niet echt vast.

 

Een regenbui mag er ook over !

  

Er is geen reactie van de straat, zijn mijn kleuren transparant?

  

Of hang ik mijn dromen aan mijn stok?

Wensen zouden ook kunnen.

 

Hallo straat !

 

Een lege straat blijft leeg.

 


Mijn lange haren neem ik als een touw

en weef de vlecht rond mijn stok tot in de grond

als ankerpunt en verbinding

tussen aarde en lucht,

opzuigen en verdampen,

een blijvende beweging

 

de straat blijft wat ze was.

 

Laat ons allen een stok planten ?

Enkel een stok , naakt, ieder in zijn tuin ?

 

Iedereen loopt de straat uit.

Mijn stok blijft staan,

Een merel fluit een dansdeuntje in mijn bessenstruik.

Het mag.

 

Ik neem mijn MT-56-75-S, ik maai alles gelijk.

03

 

Ik ben een verborgen

vogelverschrikker geworden

met zelfmoordgedachten.

Mijn onbuigzame armen

laten mij

geen alternatief.

Die nieuwe daar

van 5 velden verder

met zijn drie-armige

cirkelwiekende vingers

stelt me in zijn schaduw

en verjaagt zelf vliegtuigen

Waarom sta ik hier nog

vogels komen toch niet meer.

5 variaties op 5-7-5

 

 

stromannen wachten

om vogels te verjagen

mist verbergt hun droom

 

 

 

vogelverschrikker

kijkt in een oude spiegel

hij kan niet vluchten

 

 

 

vogels vliegen rond

een pop die niet kan bewegen

de stroman schrikt op

 

 

 

schandelijk gedrag

van de mensen op het veld

om steeds stil te blijven staan

 

 

 

vogels schreeuwen luid

“voor regen moet je schuilen”

de stroman vraagt hoe

teksten met als leidraad :  vogelschrikker
4
5